Waarom zijn apocalyptische series zó verslavend? Tja, geef het toe: we zitten massaal aan de buis gekluisterd terwijl de wereld om ons heen virtueel vergaat. Maar waarom precies zoeken we onze ontspanning in een portie collectieve ondergang, terwijl de werkelijkheid al genoeg uitdagingen biedt? Wat zegt het over ons dat we liever kijken hoe een stel overlevers zich uit de klauwen van zombies, dino’s of totalitaire regimes wurmt, dan een onschuldige zonsondergang op National Geographic?
Angst, overleving en… televisieplezier
Het is geen toeval dat apocalyptische series en films nu zo’n vlucht nemen. Terwijl de ontsporingen van onze eigen maatschappij steeds zichtbaarder worden, duiken er meer en meer fictieve rampen op in onze streamingservices. Series als The Last of Us, L’Effondrement, The Rain en onlangs nog La Brea op Netflix houden ons met gemak aan het scherm gekluisterd. Toch zijn hun scenario’s eigenlijk niet heel vernieuwend:
- ze combineren grote crises – economisch, maatschappelijk of politiek –
- voegen daar dreigende wezens aan toe (dag zombies, dinosaurussen en aliens)
- en gooien er vrolijk een fatsoenlijk portie dodelijke virussen en nucleaire aanvallen overheen.
Vast recept? Zeker. Maar kennelijk smullen we er nog steeds van!
Overleven in een verwoeste wereld: herkenning en hoop
Het slimme van deze formule is dat het telkens weer het ontstaan van een nieuw soort maatschappij laat zien. De overlevenden moeten zich staande houden in een vijandige natuur of het opnemen tegen niet zo vriendelijke types met weinig goede bedoelingen. In sommige series wordt vooral de ontsporing van de samenleving zelf opgevoerd. Denk aan het razend populaire The Handmaid’s Tale: vrouwen worden daar tot slaven gereduceerd en gedwongen tot voortplanting. Een dystopische toekomst die soms pijnlijk realistisch aanvoelt en waar kijkers zich, ironisch genoeg, gemakkelijk in herkennen. Misschien is het juist die onmogelijke dagelijkse strijd vol beproevingen die het publiek vasthoudt tot de laatste aflevering.
In dezelfde lijn bewierookte men Black Mirror, met haar scherpe blik op wat technologie met onze samenleving doet. Altijd net dat streepje angst en herkenning bij de kijker aanwezig!
We spiegelen onszelf – en dat vinden we verrassend prettig
Klinisch psychologe Amélie Boukhobza onthult de aantrekkingskracht: “Apocalyptische series zoals The Last of Us of La Brea raken een heel menselijk snaar, namelijk onze relatie tot angst en overleving. Achter al die zombies of gigantische kloven kijkt de kijker in feite naar zichzelf, in een extreme situatie”.
Hoe donker het ook allemaal mag lijken: deze verhalen laten steevast ook een sprankje hoop fonkelen. “Ze tonen verwoeste werelden waar paradoxaal genoeg hoop blijft bestaan. In zulke verhalen zien we helden die standhouden, banden smeden onder onmogelijke omstandigheden – een oppepper voor het moreel! Het zijn verhalen van wederopbouw,” stelt Boukhobza gerust.
En, niet onbelangrijk, het is een beetje psychologische squat-oefening: “We projecteren onszelf in scenario’s waar onze grootste angsten werkelijkheid worden, maar waar we altijd een uitweg vinden. We hebben blijkbaar allemaal behoefte te geloven dat er hoop is op redding. Zelfs na het einde kan er weer iets nieuws ontstaan.”
Wat blijft er over na de klap?
Boukhobza wijst er bovendien op dat apocalyptische series onze menselijkheid, keuzes en prioriteiten ter discussie stellen. Wat blijft er eigenlijk over wanneer alles instort? Volgens haar tonen deze verhalen dat niet de grote instituten het belangrijkste zijn, maar juist onderlinge relaties en solidariteit – en vooral wat we bereid zijn op te offeren om deze te beschermen. “Samengevat: wat ons écht aantrekt, is niet zozeer het einde van de wereld, maar de kans om die wereld opnieuw uit te vinden”, rondt ze af.
Laat dus vooral die meteorietenregens, losgeslagen zombies en dystopische samenlevingen maar komen op ons scherm: uiteindelijk kijken we naar hoop, veerkracht en de mens die overeind krabbelt – en eerlijk, daar kan geen feelgoodfilm tegenop!