Bekroond oorlogsfotograaf Paul Conroy is deze week overleden aan een hartaanval op de leeftijd van 61 jaar.
Conroy was in Homs in 2012 om de Syrische opstand te verslaan toen het gebouw waarin hij en andere journalisten verbleven door de Syrische regering werd gebombardeerd.
De Amerikaanse journaliste Marie Colvin werd samen met de Franse fotograaf Rémi Ochlik gedood bij de aanval. Conroy raakte zwaargewond en verbleef vijf maanden in het ziekenhuis. De gebeurtenissen werden in 2018 verfilmd als A Private War; Jamie Dornan speelde Conroy. Diezelfde jaren werd ook een documentaire, Under the Wire, met Conroy uitgebracht.
Naast Syrië versloeg Conroy ook oorlogen in Libië, Congo en Afghanistan. Volgens The Times of London woonde Conroy onlangs in Oekraïne en trainde journalisten ter plaatse in eerste hulp op het slagveld. Hij overleed tijdens een familiebezoek tijdens een reis naar het Verenigd Koninkrijk.
Conroy werd warm herdacht door collega’s en vrienden. Amnesty International noemde hem een “moedige en medelevende verhalenverteller.” Conroys broer Alan vertelde aan de BBC dat hij zijn hele leven het verschil wilde maken. “Hij vond veel plezier in het blootleggen van onrecht,” zegt Alan.
De in Liverpool geboren fotograaf had een grote passie om de misstanden in de wereld in de schijnwerpers te zetten. Over Syrië in 2012 zei hij: “Deze prachtige mensen die werden afgeslacht, wilde ik hun verhaal vertellen.”
Naast Oekraïne was hij kort geleden ook in Cuba op een toeristenvisum, nadat de Venezolaanse president Nicolás Maduro onlangs door de Verenigde Staten was gearresteerd.
“De internationale gemeenschap moet door de achter in de diplomatieke sofa rommelen, haar lang verloren rechtvaardigheidsgevoel terugvinden en handelen voordat de crisis die hier gaande is van een langzame noodgeval uitgroeit tot een volslagen catastrophie,” schrijft Conroy in zijn laatste fotodossier.
Conroy was trustee en medeoprichter van de Frontline Club, een Londense ontmoetingsplek voor oorlogsjournalisten.

“Hij was een van de grote figuren van onze beroepstak: een Scouser [iemand uit Liverpool] met een groot hart die altijd anderen vooropstelde en zijn werk benaderde met moed, menselijkheid en professionaliteit,” vertelt Vaughan Smith, oprichter van de Frontline Club, aan The Times.
“Paul’s gezondheid herstelde nooit volledig van Homs, maar dat hield hem niet tegen. Toen de volledige invasie van Oekraïne door Rusland begon, leidde Paul het initiatief van de Frontline Club om Oekraïense journalisten in gevechtsfirst aid te trainen.
“Het was typerend voor hem: hij gebruikte zijn eigen, zwaar bevochten ervaring om anderen te beschermen. Hij bleef werken in conflictgebieden met dezelfde moed en toewijding, recentelijk nog in Oekraïne en Cuba.”